HomeOver AMDKColumnsRente, Schuld en Groei

Rente, Schuld en Groei

De marges voor het beleid van de overheid zijn klein. Dat wisten we al sinds Joop den Uyl dit in de jaren zeventig van de vorige eeuw verzuchtte. Hoe klein ze zijn, is eenvoudig uit te rekenen aan de hand van de criteria van het Maastrichtverdrag. Volgens dit verdrag mag het overheidstekort niet groter zijn dan 3% van het Bruto Binnenlands Product van een lidstaat van de Eurozone. De overheidsschuld mag niet groter zijn dan 60%. Het overheidstekort bestaat uit rentebetalingen en het primair tekort. Dit primaire tekort is het verschil van inkomsten, vooral belastingen, en uitgaven van de overheid, naast ambtenarensalarissen ook de investeringen in het rijkswegennet en dergelijke.

Stel, voor de eenvoud, dat het tekort van de overheid volledig bestaat uit rentebetalingen. Het primaire saldo is dus nul. Ga er daarnaast van uit dat het land aan het maximum van de Maastricht criteria zit. Er is dan eenvoudig uit te rekenen dat het gemiddelde rentepercentage dat de overheid betaalt, 5% (3/60) is. Maar het tekort moet worden gefinancierd. Dat betekent dat het jaar erop de schuld van de overheid is opgelopen van 60% naar 63%. Als de rente ongewijzigd blijft, stijgt het tekort ook boven de Maastricht criteria. Dit is te voorkomen als het land een nominale groei van ruwweg 5% kent. Dan is aan te tonen dat het land structureel aan de criteria blijft voldoen.

Er kan nu worden geconcludeerd dat zolang de nominale groei van BBP gelijk of groter is aan het rentepercentage dat een land betaald, de omvang van de schuld van dat land geen probleem is. Zelfs als deze schuld meer dan 100% van het BBP bedraagt. De problemen ontstaan als in het land de economische (reële) groei wegzakt of de rente die wordt verlangd door de beleggers hoger wordt. In beide gevallen exploderen tekort en overheidsschuld als percentage van het BBP. De overheid heeft twee manieren om dit op te lossen.

De eerste is zorgen dat er inflatie komt. Hierdoor wordt de nominale groei verhoogd en gaan de ratio’s weer de goede kant op. Dit is echter slecht voor de koopkracht en het is in zo’n geval goed nieuws als een centrale bank onafhankelijk van de politiek is. Bovendien zijn beleggers zich ook bewust van het feit dat inflatie de koopkracht van hun bezit erodeert. Wanneer een overheid tracht via het inflatie haar schuldratio’s te beheersen, zal dit ongetwijfeld resulteren in een structurele opwaartse druk op de rente. Het uiteindelijke effect is dat de overheid van een land permanent achter de feiten aan blijft lopen.

Een verstandige overheid zal daarom kiezen voor de tweede oplossing. Die omvat het verbeteren van het primaire saldo. Dat wil zeggen dat of de inkomsten omhoog moeten of de uitgaven omlaag. Voor wat betreft dit laatste zijn de meeste overheden meestal geneigd om te kiezen voor verlaging van de investeringsuitgaven. Dat doet op korte termijn de minste pijn. Dat daarmee de sociale en economische infrastructuur van een land langzaam maar zeker wordt uitgehold is jammer, maar ambtenaren ontslaan, verlaging van uitkeringen of vermindering van zorgtoeslagen heeft een veel directer gevolg en kost daarmee meer zetels. De andere weg is het verhogen van belastingen. Hierbij zal vooral worden gekeken naar groepen die een verhoging moeilijk kunnen afwentelen of er aan kunnen ontsnappen. Dit betekent in veel gevallen dat het (grote) bedrijfsleven wordt ontzien. De belastingen die relatief makkelijk zijn te verhogen zijn loonbelasting en indirecte belastingen als BTW en accijnzen. En daar wordt je als burger niet echt blij van.

AddThis Social Bookmark Button
 

Adresgegevens

AMDK
Voltahof 8
8501 XP  JOURE

T: 085 - 489 56 90

Plan uw route