Als het gaat over de Euro is niet alleen Nederland in twee kampen verdeeld. Het ene kamp is structureel voor Europa. Het andere rabiaat tegen. De discussie komt op meerdere plekken tot uiting. Met betrekking tot Griekenland (en andere perifere tekortlanden) is de gedachte van de voorstanders dat redden, moge-lijk met een herstructurering van de Griekse staatsschuld, de goedkopere oplossing is. De tegenstanders geven aan dat Griekenland bij de start van de Euro economisch een te grote achterstand had. Dat het land het verschil met bijvoorbeeld Duitsland nooit in een decennium kon goed maken. En de bewoners van dit startpunt van onze beschaving heten in het Duits Griechen en dat rijmt op liegen en bedriegen.
Uit de kringen van de voorstanders van Europa komt ook het idee om gezamenlijk obligaties uit te geven. Deze Euro-obligaties, zo is de hoop, zouden een aanmerkelijk lager rente kennen dan het gemiddelde Euro-land ooit zelfstandig zou moeten betalen. Euro-obligaties zouden zelfs een aanzienlijk grotere markt vormen dan de obligaties van Duitsland. Dit zou kunnen betekenen dat deze obligaties een concurrent van de Amerikaanse staatsobligaties zou kunnen worden. Het resultaat zou – volgens de grootste optimisten – wel eens kunnen zijn dat de rente op de Euro-obligaties lager zou zijn dan die van Duitsland. Deze dagdroom werd keihard doorgeprikt door S&P. Deze rating agency stelde dat de kwaliteit van de Euro-obligatie zou worden bepaald door de kwaliteit van de zwakste schakel. En dat is nu junk.
Ondanks de kanttekening van S&P heeft het idee van Euro-obligaties niet afgedaan bij de voorstanders. De problemen bij de zwakkere schakels zijn vooral veroorzaakt door te grote overheidstekorten. De zwakkere schakels moeten deze tekorten in een rap tempo terugbrengen. Landen als Nederland en Duitsland bezuinigen ook, omdat ze geen idee hebben wat voor zinvolle overheidsuitgaven/-investeringen ze kunnen doen tegen een rente van rondom 2%. Als alle overheden bezuinigen, creëer je een diepe recessie in Europa. Blijkbaar willen de politici uit de overschotlanden in Europa dat niet zien/snappen.
In de plannen van sommige Eurofielen dient Brussel te worden versterkt. Vanuit dit technocratisch centrum moet een nieuw te benoemen Eurocommissaris landen aanwijzingen kunnen geven wanneer overheidsbegrotingen uit de hand dreigen te lopen. Het idee is flauwekul. In het verdrag van Maastricht staat al vermeld dat landen hun overheidstekorten en –schulden zouden moeten beperken. Ook staat in dit verdrag dat Brussel sancties op kan leggen aan landen die zich hieraan niet houden. De eerste keer dat dit gebeurde was Duitsland de overtreder. En een land dat het durfde om er iets van te zeggen, werd als een lastige horzel weggeslagen. Het land kwam ook nog een tijd op het lijstje ‘geen vriendjes’.
De technocratische oplossing, iets waarin Europa graag mag denken, zal daarmee niet werken. De enige oplossing is budgetmacht overdragen van nationale parlementen naar Brussel en tegelijkertijd zorgen voor goede democratische controlestructuren. Voordat alle landen in het Eurogebied dat geaccepteerd hebben … In de praktijk hoeft dat niet zolang te zijn. De twee landen die altijd het voortouw in Europa hebben genomen, Frankrijk en Duitsland, moeten dan een plan neerleggen. Dat moet onmiddellijk worden goedgekeurd door de Assemblee Nationale en de Bondsdag, waarna de rest wel zal volgen om bij te blijven. Er is nog niets van zo’n plan zichtbaar. De Eurosceptici kunnen wel eens gelijk krijgen. Alleen de ontmanteling van de Euro gaat dan niet netjes. Dat deed geen enkele muntunie die uit elkaar viel. En de kosten voor Nederland zijn dan hoger dan de nu geschatte EUR 120 mrd.




AMDK